Door mijn pleegouders zie ik 't leven weer zonnig in

Pleegkind Jessica (18) vertelt

"Ik was elf toen bij mijn moeder een hersentumor werd ontdekt. Ik was bang haar te verliezen, maar kon daar thuis niet goed over praten. Mijn ouders begrepen niets van mijn angsten. Dus zorgde ik ervoor dat ik het zó druk had, dat er geen tijd overbleef om stil te staan bij mijn verdriet. Overdag ging ik naar school en werkte ik hard. 's Nachts huilde ik mezelf geluidloos in slaap.

Ik deed rare dingen. Gooide met glazen en stoelen. In de vierde klas ben ik weggelopen. Ik liep bij allerlei instanties en therapeuten en werd langzaam gek.

Na een tijdje had ik de keuze tussen teruggaan naar huis of opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Omdat ik allebei niet zag zitten, besloot ik op zoek te gaan naar mensen bij wie ik kon wonen."

Mijn pleegouders luisteren naar mij en geven me zelfvertrouwen

"Via via kwam ik toen twee jaar terug in contact met Leni en Jan-Kees. Mijn pleegouders. Onze kennismaking voelde als een zaak van leven en dood. Ik wist dat als ik bij hen mocht wonen, ik nog kans van leven had. Dus was ik tijdens het kennismakingsgesprek extra lief en netjes. Leni en Jan-Kees waren meteen heel lief voor me. Ze hingen bijvoorbeeld een boksbal op zodat ik mijn agressie kwijt kon.

Soms voel ik me triest. Het is nooit mijn plan geweest mijn ouders, waar ik veel van houd, te verlaten. Maar ik weet dat dit het beste is. Ik heb een sterke band met mijn pleegouders. Zij luisteren naar mij en geven me zelfvertrouwen. Dat ik hier woon, zie ik als een teken van God. Dat hij wil dat ik leef. En dat doe ik! Meer dan ooit."