Meest gestelde vragen

Thuis gaat het niet goed. Wat gebeurt er nu?

Soms hebben ouders problemen waar ze zelf niet uitkomen. Ze zien daardoor niet dat het ook met jou niet goed gaat. Gelukkig krijgen de meeste ouders dan hulp. Zoals gezinsbegeleiding die ze bij de opvoeding helpt. Maar, wanneer de problemen zó groot zijn dat het voor jou niet goed of veilig meer is om thuis te blijven, dan woon je een tijdje ergens anders. Bijvoorbeeld bij je opa en oma of iemand anders die je goed kent. Mocht dit niet kunnen, dan zoeken wij voor jou naar een pleeggezin of andere woonvorm.

Ik en mijn zus(je) en/of broer(tje) kunnen niet meer thuis wonen. Kunnen wij dan nog steeds samen wonen?

Wij doen ons best ervoor te zorgen dat je samen met je zus(jes) en/of broer(tjes) ergens terecht kunt. Dit lukt alleen niet altijd. Bijvoorbeeld omdat meer kinderen opvoeden te zwaar is voor opa en oma. Of omdat het pleeggezin echt geen plek heeft voor meer kinderen. In dat geval zoeken we samen naar een oplossing om zo veel mogelijk contact te houden met je broer(tjes) of zus(jes).

Ik woon niet meer bij mijn ouders. Hoe vaak kan ik ze nog zien?

Ouders blijven ouders en ze verdwijnen niet zo maar uit jouw leven al kunnen ze je even niet opvoeden. We maken daarom in overleg met je ouders een bezoekregeling. Daarbij kijken we wat voor jou prettig is. Want misschien had je wel vaak ruzie met je ouders en is het fijner om even een pauze in te lassen om iedereen tot rust te laten komen. In de bezoekregeling wordt afgesproken hoe vaak en waar je je ouders ziet en/of spreekt.

Ik woon niet bij mijn ouders zoals de andere kinderen in mijn klas. Hoe ga ik hiermee om?

Het kan best lastig zijn om anders te zijn dan de rest. Het kan helpen om hier met je juf of meester over te praten. Daarna kun je ervoor kiezen om het aan maar een paar kinderen te vertellen. Of toch juist aan je hele klas. Er zijn bijvoorbeeld ook kinderen die een spreekbeurt over pleegzorg geven. Daarnaast helpt het als je bedenkt dat niet ieder gezin hetzelfde is. Zo zijn er kinderen waarvan de ouders gescheiden zijn en die bijvoorbeeld alleen met hun vader of moeder wonen. Of kinderen die enig kind zijn. Als je goed kijkt zijn er misschien nog wel meer verschillen en vinden de andere kinderen jouw verhaal helemaal niet raar of vreemd.

Ik zou zo graag met andere jongeren praten die net als ik in een pleeggezin wonen. Kan dat?

Jazeker! Speciaal voor tieners is er een praatgroep voor lotgenoten: Hoe overleef ik mijn pleegouders?

Mag ik zelf beslissen om weer bij mijn ouders te gaan wonen?

Eigenlijk wil elk kind het allerliefst gewoon bij zijn ouders wonen. Het wil alleen niet zeggen dat dit ook de beste of veiligste plek is. Er worden daarom met jou en je ouders afspraken gemaakt over wat precies moet gebeuren om weer thuis te kunnen wonen. Er wordt dan gevolgd hoe het gaat, of er verbeteringen zijn en welke hulp nog meer nodig is om de afspraken te halen. De kinderrechter beslist uiteindelijk of het weer veilig voor je is, of niet, om weer bij je ouders te gaan wonen.

Mag ik mijn pleeggezin zelf uitkiezen?

Goeie vraag. Die krijgen we steeds vaker. Jongeren van 12 jaar en ouder mogen hierover zelf hun wensen aangeven. We kijken dan samen met jou of er misschien mogelijkheden zijn in je eigen netwerk. Misschien zijn er ouders van een vriend of vriendin die jou graag willen helpen en waar je (tijdelijk) kunt wonen? Natuurlijk moeten we wel onderzoeken of die mensen jou kunnen geven wat je nodig hebt. Want we willen natuurlijk voorkomen dat je er na een tijdje achterkomt dat het toch niet de beste plek voor je is.

Wat gebeurt er met me als ik 18 word en volwassen?

Als je 18 wordt dan val je in principe niet meer onder jeugdzorg. Tenzij er redenen zijn om de hulp te verlengen. Als je in een locatie voor zelfstandigheidstraining woont (ook wel KTC, kamertrainingscentrum, genoemd) bespreken ruim voordat je 18 wordt, wat jouw mogelijkheden voor daarna zijn. Wil je bijvoorbeeld op jezelf wonen? Zo ja, kan dat dan al of heb je soms nog extra ondersteuning nodig? Als je in een pleeggezin woont, bespreek je dit onderwerp met je pleegzorgbegeleider en pleegouders. Soms spreek je af dat je bij je pleegouders blijft totdat je er aan toe bent om op eigen benen te staan. Wettelijk en financieel gezien verandert er van alles. Wat zoal lees je in '18+ en dan? Overgang van jongere naar volwassene'. van het NJI.